Logo skatenl.nl
Het graf van Willem Poelstra op de begraafplaats van Hijum. ,,Het hele peloton was er bij de begrafenis. Iedereen.''
Het graf van Willem Poelstra op de begraafplaats van Hijum. ,,Het hele peloton was er bij de begrafenis. Iedereen.'' (Foto Eric Korver)

Herinneringen aan Poelstra: nog altijd een handje aan het ijs voor Willem

door Eric Korver

Ze liggen allemaal naar het oosten, de graven op de begraafplaats bij de kerk van Hijum. In de winter, als de bomen die het kerkhof omzomen niet meer dragen dan kale takken, heb je zicht op de plaatselijke ijsbaan. Precies daar ligt het graf van Willem Poelstra. In zijn karakteristieke houding, nummer 79 op het been, steekt zijn beeld boven alles uit. Zicht op het ijs, dat had Willem Poelstra zijn hele leven willen hebben. De tragiek is dat het met zijn dood kwam.

Terug naar 1999, naar de zestiende oktober, de dag waarop in Amsterdam het cupseizoen voor de marathonschaatsers daadwerkelijk begon. Destijds werden er eerst nog in Utrecht een wedstrijdje gereden om op te warmen, voor de strijd echt losbarstte. Maar op de Jaap Edenbaan ging het om de knikkers.

Willem Poelstra was in de zomer overgestapt, van de ploeg van Cantenaer naar het grotere Thyssen. De talentvolle Fries werd kopman in de formatie van ploegleider Anjo Hofman, waarin verder ook Arnold Gaasenbeek, Arjan Schreuder en Fausto de Marreiros reden. De 24-jarige Poelstra was een coming man in het peloton. In de Elfstedentocht van 1997 werd hij negende, en in de winter van 1999 sloot hij het cupseizoen zelfs af als vijfde.

Die openingswedstrijd in Amsterdam kon hij echter niet meedoen om de winst. De zege was voor Jan Maarten Heideman, die in een sprint René Ruitenberg en Frans de Ronde achter zich liet. Poelstra kwam als dertiende over de streep. Het bleek de laatste klassering uit zijn veel te korte leven. Twee uur na de finish overleed hij aan een hartstilstand.

Boezemvrienden

Twee mannen die dicht bij Willem Poelstra stonden, hebben het ruim twintig jaar na dato nog altijd moeilijk als ze over hun vriend en ploegmaat praten. Bram Sikma stond het dichtst bij Poelstra. Boezemvrienden. Twee jonge honden die altijd samen op pad waren. ,,Hij was mijn schaatsmaat'', vertelt Sikma. ,,We kenden elkaar al sinds de baanselectie, trainden met elkaar in gemengde groepen van allerlei clubs. Ik denk dat we veertien waren, vijftien misschien.''

Vanaf dat moment liep het leven van Willem Poelstra en Bram Sikma grotendeels parallel, zeker in het wereldje van het marathonschaatsen. ,,We begonnen samen in de C2, gingen een jaar later door naar de C en weer een jaar later tegelijk naar de B's.'' Sikma denkt met plezier terug aan de twee jaar bij de B-rijders, tegenwoordig de Beloften. ,,We wonnen een prijs, mochten als B-rijders naar de Weissensee op kosten van de organisatie. Het was seizoen 1995-1996, we zaten samen in een hotel en reden samen voor het eerst een 200 kilometer. Een geweldige week, één grote ontdekkingsreis.''

Rustig

Zijn klik met Poelstra laat zich moeilijk omschrijven. Die was, vertelt Sikma, heel natuurlijk. ,,Ontstaan door de jaren heen. Ik denk dat we elkaar gewoon goed aanvulden en aanvoelden. We waren best twee verschillende persoonlijkheden. Willem was rustig, soms beetje ingetogen, en ik niet. Maar als we samen op pad waren, was er altijd humor, maar ook goede gesprekken. We lieten elkaar in de waarde, accepteerden elkaar zoals we waren.''

In het pak van Ostrin kregen ze gezelschap van Yoeri Lissenberg, de Amsterdammer met hart op de tong. Met z'n drieën beleefden ze een succesvol seizoen. Willem Poelstra werd Nederlands kampioen bij de B's, Lissenberg won de cup. Het was een bijzonder span, Poelstra en Lissenberg. ,,Willem was een heel fanatieke jongen, maar best wel stil en serieus'', weet Lissenberg nog. ,,Hij ging vrijwel nooit mee stappen. Hij had een vriendinnetje, zei hij dan. Dat accepteerden we van elkaar. Maar onze werelden waren enorm verschillend. Willem lag altijd in een deuk om de verhalen die ik vertelde. Dat was hij helemaal niet gewend.''

Peugeot

De drie groeiden steeds meer naar elkaar toe. Sikma herinnert zich moeiteloos de mooie verhalen, zoals over een trainingskamp in het Franse Castellane  in de Provence. ,,Gingen we een dikke week heen om ons voor te bereiden op het eerste seizoen als A-rijder. Met z'n drietjes in een Peugeot 205, de tassen pasten er niet eens meer in. Die nam onze fysio Eric Wink apart mee. Daarna met elkaar ineen caravan. Dan leer je elkaar wel kennen hoor, dan kom je echt nader tot elkaar.''

Bij het fietsen in de heuvels onderscheidde Poelstra zich altijd. ,,Er was niet veel voor nodig om te zien wie de betere klimmer was. Hij had echt het beste zuurstofsysteem van ons alle drie'', weet Sikma nog goed. ,,Willem kon niet normaal klimmen'', erkent Lissenberg. ,,Hij danste echt naar boven. En wij niet.''

De debutanten in het A-peloton hadden geen idee wat ze te wachten stond. ,,Als je nu kijkt wat voor winter we daarna kregen. Daar zat álles in. Met het NK op natuurijs, met de Elfstedentocht. Dat hadden we in die caravan in de Provence nooit kunnen vermoeden. Maar het was schitterend. Dat heeft de band tussen ons absoluut nog versterkt'', vertelt Sikma.

Elfstedentocht

,,We waren A-rijders, reden tussen de grote mannen waar we altijd zo naar opkeken. En dan kwam de Elfstedentocht. Te vroeg, zeiden we nog tegen elkaar. Maar we gingen rijden en hoopten dat we met 28 of 29 jaar nog eens de kans kregen, als we op volle oorlogssterkte waren. Achteraf weten we hoe het gelopen is. Dat was al 23 jaar wachten op de volgende. En dan is het mooi dat Willem deze in ieder geval heeft meegemaakt. Hij besefte ook veel meer dan wij hoe groot de Elfstedentocht was. Hij kwam uit de streek, het parkoers ging zo'n beetje langs zijn huis, over de Finkumervaart. Willem genoot ook echt van het schaatser zijn, genoot van zijn prestaties en zij ontwikkeling. In de wedstrijden was hij niet bescheiden, maar daarnaast was hij juist héél bescheiden. Een heel gewone jongen.''

Die ontwikkeling van Poelstra deed uiteindelijk ook de wegen scheiden. Hij stapte over naar de grote ploeg van Thyssen Liften, Sikma en Lissenberg bleven bij Cantenaar. Maar Sikma en Poelstra reisden nog wel samen naar Frankrijk voor een trainingskamp op de Alped'Huez. Dat bleek het laatste trainingskamp in het leven van Willem Poelstra. ,,Zes weken voor z'n overlijden'', weet Sikma. ,,En in Frankrijk was niets aan hem te merken. Hij was zo sterk als wat, fietste heel makkelijk omhoog.''

In Amsterdam ging het uiteindelijk helemaal fout. Een horrornacht, voor iedereen. Yoeri Lissenberg heeft het nog altijd scherp op zijn netvlies. Hij weet nog precies hoe Willem Poelstra het in de koers wat aan de stok had met Rob van Meggelen. ,,Over de finish waren ze nog even aan het bakkeleien. We reden langs de ploegleiders, gingen nog een stukkie te hard om te stoppen, en ineens zag ik Willem als een zak aardappelen in elkaar zakken. Frans de Ronde en Fausto de Marreiros probeerden hem nog overeind te helpen, maar legden hem uiteindelijk op het ijs. Een hartstilstand. In no-time was Eric Wink erbij, die hem probeerde te reanimeren. Na een half uur werd Willem in een ambulance afgevoerd en gebeurde er iets met het peloton wat ik nooit heb meegemaakt.''

Verdriet

,,Ik heb nog nooit zoveel verdriet gezien'', vult Bram Sikma aan, met nog altijd emotie in zijn stem. ,,Het gebeurde kort na de finish, in de bocht waar ook zijn en mijn moeder samen stonden te kijken. Ik kan de plek op de Jaap Edenbaan nu nog zó aanwijzen. Ik kon er niet dichtbij zijn toen ze hem aan het behandelen waren. Dat kon ik niet aan. In de ambulance gingen onze moeders mee, wij reden er in de auto achteraan. In het ziekenhuis zijn ze in mijn beleving anderhalf uur met Willem bezig geweest. Zijn familie kwam ondertussen, zijn vader, z'n zussen. Het moment dat het definitieve bericht kwam was hartverscheurend.''

De begrafenis staat in het geheugen gegrift, zowel bij Sikma als bij Lissenberg. ,,Het hele peloton was er. Iedereen. Eerst in het buurthuis van Hijum, daarna op die kleine begraafplaats'', vertelt Lissenberg. Daar klonk de muziek van De Kast. In Nije Dei. Lissenberg dacht meteen terug aan die dag waarop ze trainden in Limburg. ,,We beklommen de Keuterberg en Willem was weer als eerste boven. Terwijl hij daar stond, klonk op de radio in de auto van onze ploegleider Gregor Stam dat nummer. En Willem stond met z'n armen in de lucht mee te zingen. En daar, op die heuvel, draaiden ze dat nummer weer. Ik kon niet meer stoppen met huilen. Kan ook nog steeds niet luisteren naar dat nummer. Verschrikkelijk.''

Hart

Sikma heeft Willem Poelstra nog altijd in z'n hart, maar draagt ook de nasleep nog met zich mee. ,,Gelukkig heeft de familie Poelstra mij steeds heel goed betrokken bij het hele verwerkingsproces. Ik weet nog dat ik bij ze thuis was en iedereen daar was die Willem graag om zich heen had. Door me er zo goed bij te betrekken heb ik het wel goed kunnen verwerken.''

Maar zeker in het begin had Sikma moeite weer zelf te schaatsen. ,,Ik heb altijd geprobeerd er kracht uit te halen. Heb ook nog heel lang voor Willem een wedstrijd willen winnen. Is me niet gelukt helaas, maar was wel een drijfveer.'' De Jaap Edenbaan is voor hem nooit meer dezelfde geworden. ,,Die plek op het ijs waar alles gebeurde is heel speciaal. Ik kan er ook nooit zomaar aan voorbijgaan, heb altijd even een handje aan het ijs. Voor Willem. Een moment van aandacht.''

We zijn inmiddels twintig jaar verder, maar het raakt Sikma nog steeds. ,,Ja, heel erg. Zóveel verdriet. We waren zo jong met elkaar. Dachten dat we onkwetsbaar waren, dat we de hele wereld aankonden. Ik sta sindsdien ook wel bewuster in het leven. Besef dat het eindig kan zijn. Maar het leven gaat ook weer door. Je moet alles weer oppakken. Ik praat er nog wel eens over met Yoeri, aan de Weissensee of zo. Soms ook een hele tijd niet. Maar met bepaalde mensen kan ik het toch wel goed delen.''

Nummer 79

,,Niemand wil dit meemaken'', vult Lissenberg aan. ,,En het heeft jaren indruk gemaakt op de mensen die het hébben meegemaakt. Nog steeds. Ik houd nog altijd in de gaten dat nummer 79 niet wordt uitgereikt. Zolang ik er ben let ik daarop.'' Hij maakte ooit nog een aquarel van Willem. ,,Met hem erop, zijn nummer, wedstrijdsituaties. Heb ik twee jaar later aan zijn ouders overhandigd. En als ploegleider van AB Vakwerk fietsten we nog eens in de buurt. Ben ik ook even langs zijn vader gegaan. Zijn moeder is inmiddels ook overleden. Die ligt naast Willem.''

Het overlijden van Sjoerd Huisman reet oude wonden weer helemaal open. ,,Het kwam heel erg terug'', bekent Sikma, die een paar dagen daarna weer la sploegleider op het ijs zou staan. ,,Heb ik niet gedaan. Kon ik niet. 'Verrek maar met die sport', dacht ik. Weer zo'n jonge jongen die werd weggerukt. Ik kon niet begrijpen dat zoiets twee keer kon gebeuren in onze sport.''

Het leven van Willem Poelstra was misschien kort, maar de impact groot. Yoeri Lissenberg schetst het mooi. Gregor Stam en Willem Poelstra, vertelt hij, waren geen dikke vrienden. ,,Gewoon een professionele relatie. Van ploegleider en rijder. Maar na dat moment op de Keuterberg vertaalde Willem eens In Nije Dei voor Gregor in het Nederlands. Gewoon, uitgeschreven op een A-viertje. Dat hangt nog steeds ingelijst bij Gregor thuis.''

Meer berichten