Het jaar 2020 van Daan Breeuwsma: bijna voorbij, nooit vergeten
Logo skatenl.nl
<p>Daan Breeuwsma: ,,Twee, twee-en-halve maand heb ik echt gevochten om die trainingen af te werken. En het was &eacute;cht afwerken. Afvinken en klaar.&#39;&#39; (Foto Timsimaging)</p>

Daan Breeuwsma: ,,Twee, twee-en-halve maand heb ik echt gevochten om die trainingen af te werken. En het was écht afwerken. Afvinken en klaar.'' (Foto Timsimaging)

Het jaar 2020 van Daan Breeuwsma: bijna voorbij, nooit vergeten

Het jaar 2020 zit er bijna op. Het is een jaar, zegt Daan Breeuwsma, waarvan hij blij is dat het straks voorbij is. Maar een jaar ook dat hij zijn hele leven nooit zal vergeten. Niemand in de hechte groep shorttrackers die het zal vergeten. Omdat, vervolgt hij zacht, dit jaar weer eens duidelijk heeft gemaakt hoe het soms gaat in het leven, en dat niets vanzelfsprekend is. ,,Laten we hopen dat we 2021 positief ingaan en we kunnen doen wat we het allerliefste doen.’’

door Eric Korver

Het is de week na de eerste wedstrijd van de shorttrackers als we elkaar spreken. Een paar dagen na die eerste races van een bizar seizoen dat haast naadloos past in een bizar jaar. Het gaat over wedstrijden, over een toernooi, over gebrand zijn, en over het nut van dit soort races met het oog op de EK en WK die later nog volgen. Voor even. Want het gesprek kantelt haast onvermijdelijk naar de dramatische zomer van de shorttrackers, naar het tragische overlijden van Lara van Ruijven, dat voor altijd als een schaduw boven deze groep zal blijven hangen.

,,Het is fijn dat we weer een stip op de kalender hebben, iets om naartoe te werken’’, stelt Daan Breeuwsma. Maar de 32-jarige Fries – van 29 december 1987 – laat er meteen op volgen dat hij daar lang niet mee bezig is geweest. ,,Het overlijden van Lara, de geschrapte wedstrijden daarna. Ik moet zeggen dat ik weinig motivatie had om wat te doen. Heb ik nooit eerder gehad, ook al doe ik al zó lang mee. Niet dat ik echt klaar was met trainen of zo, maar het ging gewoon niet lekker. Je weet op dat moment ook niet waarvoor je het doet en dan gaat ook het plezier er een beetje vanaf. Twee, twee-en-halve maand heb ik echt gevochten om die trainingen af te werken. En het was écht afwerken. Afvinken en klaar. Als je echt topsport bedrijft zoals wij dat doen, wedstrijdgericht, dan moet je jezelf in trainingen constant weer uitdagen., Kijken wat anderen doen en dat een stapje beter willen doen om op niveau te blijven of nog beter te worden. Dat is superbelangrijk, maar dat heb ik maanden niet kunnen opbrengen.’’

Klap

Het jaar van de shorttrackers werd, zoals dat van de meeste topsporters, aanvankelijk beheerst door corona. Er ging een streep door het WK en het seizoen kwam vervroegd ten einde. Maar de zwaarste klap kwam in de zomer, tijdens het trainingskamp in Font Romeu, dat juist weer een opmaat moest zijn naar een nieuw seizoen. Hoog in de Pyreneeën werd de groep overvallen door de uiteindelijk fatale ziekte van Lara van Ruijven, niet alleen de wereldkampioene 500 meter, maar vooral een onmisbare schakel binnen de ploeg, waarvan ook Breeuwsma’s levenspartner Rianne de Vries deel uitmaakt.

,,Hoe ga je daarmee om? Dat kun je niet trainen. Is ook iets wat gelukkig niet vaak gebeurt waardoor je erop kan anticiperen. Het enige dat je kunt doen, is proberen manieren te vinden waardoor je dit kunt verwerken. Ieder heeft daar zijn eigen manier voor. Misschien kan ik het iets makkelijker verwerken dan Rianne, hoewel verwerken niet het juiste woord is. Ik denk dat dit niet verwerkt is. Ermee omgaan is een betere woordkeuze, en dan kan ik dat misschien iets beter dan Rianne. Zij heeft er heel lang last van gehad, en eigenlijk nog steeds. Het is ook niet zomaar wat. Lara was de vaste kamergenote van Rianne, al vanaf het begin dat ze samen bij de ploeg zaten. Dan is dit gewoon een gigantische klap. Het heeft bij ons heel veel energie gekost om hiermee om te gaan, en inderdaad hebben we dan gelukkig elkaar, dat scheelt.’’

Steun

Breeuwsma en De Vries vonden steun bij elkaar, spraken veel en lang over gevoel en verdriet. ,,Natuurlijk, en dat is ook heel goed. Maar soms is het ook belangrijk een onafhankelijk iemand te hebben. Van elkaar weten Rianne en ik heel veel dingen al. Dan kun je veel bespreken en is het er wel uit, maar op de één of andere manier werkt het zeker voor Rianne heel goed om bij een onafhankelijk iemand haar verhaal kwijt te kunnen. Dat lucht op een bepaalde manier heel erg op. Ze heeft daarvoor externe hulp, ja, en ik denk dat dat heel goed is. Je wilt het niet wegduwen, dat is ook niet de manier, maar het moet ook geen zware last op je schouders worden, want dan kun je ook niet verder. Daar moeten we een weg in zien te vinden, en dat gaat nu eigenlijk best heel goed. Het kost alleen tijd.’’

En nu de wedstrijden weer op gang komen, worden herinneringen aan Lara nog levendiger. ,,Richting die wedstrijden krijg je toch weer flashbacks en dat soort dingen.’’ Daan Breeuwsma is even stil. ,,Deze week kreeg ik op Instagram een herinnering aan de winst in de eerste mixed relay vorig seizoen, met Lara, Suzanne, Itzhak, Dylan en ik. Vorig seizoen. Een jáár geleden. Dat zijn dingen die je steeds meer krijgt. Het is niet zo dat ik er elke keer verdrietig van word, want het is ook heel mooi die momenten terug te zien.’’

Hechte groep

De shorttrackers vormen een bijzonder hechte groep met zowel de mannen als de vrouwen. In dat geheel neemt Daan Breeuwsma een prominente rol in. ,,Ik weet niet of ik echt een verlengstuk ben van bondscoach Jeroen Otter, maar binnen de ploeg ben ik wel al jaren een belangrijke schakel’’, erkent de Fries. ,,Die rol heb ik als het lastig is, maar ook om dingen voor elkaar te krijgen, om mensen te stimuleren op bepaalde momenten, of juist even met de neus op de feiten te drukken. Ik denk dat dat me wel goed afgaat, en het geeft me ook energie.’’

Maar na het overlijden van Lara van Ruijven hoefde Breeuwsma niet eens in die rol te kruipen. De groep pakte dat collectief op. ,,Wij hebben zó’n hecht team dat dat vanzelf gaat, dat heb ik echt niet alleen hoeven doen. Die groep van ons is zó bijzonder. Iedereen omarmt elkaar, waardoor we als één geheel supersterk stonden en nog steeds staan. Dat is niet iets van mij, of van Jeroen, of van wie dan ook. Dat hebben we echt met z’n allen gedaan. Ik heb ook slechte dagen gehad, en dan was er altijd weer iemand die mij omhoogtrok. Zo helpen we elkaar.’’

Chemie

De prachtige chemie die de shorttrackploeg altijd kenmerkte was nu harder nodig dan ooit tevoren. ,,Dit was het ergste wat je met elkaar kunt meemaken. Niet te bevatten. En hoe gek het ook klinkt, ik denk dat het nog iets van geluk was dat we daar met z’n allen in dat trainingskamp in Font Romeu zaten. Allemaal op elkaar aangewezen omdat er verder helemaal niks is. Je zit in de bergen in de middle of nowhere, kunt trainen en ouwehoeren en dat is het. En dan gebeurt zoiets. Omdat je constant samen bent, kun je ook constant bij elkaar een arm om de schouder gooien, gewoon even huilen of knuffelen. De hele tijd waren we met de groep samen en ik denk dat dit voor het hele rouwproces heel belangrijk is geweest. Je kunt je emoties kwijt bij anderen, die jouw emoties als geen ander begrijpen.’’

,,Sjinkie Knegt wist echt wel hoe hecht de ploeg is. Maar pas dáár kwam hij erachter hoe het voor ons moet zijn geweest toen hem dat ongeluk met het vuur van zijn kachel overkwam. Wij zaten toen in Dordrecht voor het EK, waar het nieuws over Sjinkie een enorme impact had. In Font Romeu vertelde hij dat hij zich dat nooit helemaal had gerealiseerd, tot nu, nu er nog iets véél ergers gebeurde dat wel begon vanuit ongeveer hetzelfde idee. Want bij Sjinkie zelf had het ook erger kunnen aflopen. De impact op de groep, hoeveel energie er vrijkomt en weer verloren gaat, dat is heel apart.’’

De laatste twee jaren brachten de shorttrackers veel succes, maar waren in menselijk opzicht zwaar. ,,Het is allemaal niet wat je denkt dat bij topsport hoort, maar schijnbaar dus ook weer wel.’’

Zelfreflectie

Het rouwproces, de beperkingen door corona, het ontbreken van een vooruitzicht op wedstrijden; het ging Daan Breeuwsma allemaal niet in de koude kleren zitten. ,,Alles belandde in een negatieve spiraal. We hebben ons ook de vraag gesteld of we verder wilden, of we het allemaal nog wel leuk vonden. Maar we waren er heel snel achter dat we toch nog heel graag willen, en dan zet je je daar ook weer voor honderd procent voor in. Dat moment van zelfreflectie, jezelf die vragen stellen, ik denk dat dat heel goed is. Soms is gewoon dom doorgaan ook niet de manier. Als je jezelf die vragen stelt, en je weet eigenlijk binnen tien seconden dat je wilt doorgaan, en dat dit is wat je het allerliefste doet, dat is belangrijk. Die vraag kun je wegstrepen, de twijfel is van tafel. Zo moet je door, denk ik. En dat doen we ook.’’

Dat ook het perspectief op wedstrijden lang uitbleef, maakte het desondanks allemaal niet eenvoudiger. ,,Zeker omdat je het nut van wedstrijden begrijpt en er op een gegeven toch weer naar hunkert om te racen. Natuurlijk is iedereen nog bezig het verlies van Lara een plek te geven. Dat proces duurt bij de één wat langer dan bij de ander, en het is nooit helemaal weg, maar alles gaat toch ook weer door. Als de wedstrijden komen, kan je je daar weer vol op richten. Valt het vooruitzicht van een toernooi weg, dan is het wéér schakelen. Eigenlijk was dat het ook de afgelopen maanden, constant schakelen. Ik denk dat we dat allemaal heel goed kunnen, maar je moet het nog wel even doen. Dat is soms lastig, en daarom ben ik blij dat we nu weer echt rijden, ook al zijn we allemaal nog niet in topvorm en ook al waren de beste buitenlanders er niet bij de Invitational Cup. Maar we hebben geréden, en da’s superbelangrijk.’’

Geluk

Als Breeuwsma een blik in zijn agenda werpt, is hij tevreden met de kalender die nu in elkaar is gezet. ,,Supertevreden’’, stelt hij zelfs. ,,De staf en de KNSB hebben er alles aan gedaan om ons die wedstrijden te kunnen geven, en daar hebben we best geluk mee. De langebaners hebben wedstrijden, wij nu ook, maar de marathon heeft helemaal niets. Dat is best hard. Daarom zijn we blij met elke wedstrijd, ook al is het misschien niet precies zo als we hadden gehoopt of graag zouden willen. Ik vertelde al dat ik het een paar maanden best moeilijk had met mijn motivatie, maar vanaf het moment dat we echt zeker wisten dat de International Invitation Cup zou doorgaan, is de knop echt omgegaan. Het schaatsen gaat gelijk een stuk beter, ik ben weer fit. Zoals ik de afgelopen weekeinden reed, is nog niet waar ik van droom, maar ik kan er wel verder mee.’’

Hij ziet de Invitation Cup en het NK Afstanden als een eerste aanzet in het seizoen. ,,Ja, zo is het echt. Als ik op het ijs sta en alles geef, kom ik erachter dat het allemaal nog niet fantastisch is, dat ik veel fouten maak, dat ik sommige dingen goed doe en sommige dingen compleet verpruts. Dat kan nu nog. Ik ga ervanuit dat het elke wedstrijd een stukje beter gaat en ik zo kan opbouwen richting de echt belangrijker wedstrijden.’’ Dat er na de Invitation Cup als werd geconcludeerd dat Daan Breeuwsma nog ver verwijderd was van zijn normale niveau, daar ligt hij niet wakker van. ,,Je weet zelf hoe dat werkt. Het maakt nu nog niet uit dat ik nog niet top ben. Ik ga ervanuit dat ik bij het NK Allround begin januari weer echt goed ben. Dat is mijn doel, en van daaruit moet ik richting het EK mijn topniveau laten zien. Dan zien we wel even hoe er dán gesproken wordt.’’

Spanning

De vreugde van het weer écht mogen racen spatte er in Thialf vanaf. ,,Bij iedereen’’, zag ook Breeuwsma. ,,De spanning die je voelt, strakke koppies om je heen. Dan denk je ‘yés, het gaat weer gebeuren’. Ook bij de staf. Jeroen is superenthousiast. Die ziet ook hoe eindelijk alles en iedereen weer op scherp staat omdat het écht ergens om gaat in plaats van alleen maar trainingen. Dat is mooi om te zien.’’ Want ook de bondscoach deelde in de pijn van zijn groep, waarvan hij zelf ook al tien jaar deel uitmaakt. ,,Hij was finaal gebroken’’, vertelt Breeuwsma. ,,Als het in een meeting even over Lara gaat, staan de tranen bij hem en bij de meeste rijders nog steeds in de ogen. Dat zal ook zo blijven, denk ik. Maar dan is het voor iedereen goed als er weer wordt gereden, als we weer kunnen racen. Dan worden in zo’n weekend ineens andere dingen belangrijk. Kunnen we lekker zeiken over het ijs, of over weet ik veel wat. Zo gaat dat.’’

Meer berichten