Logo skatenl.nl
Weissensee
Crispijn Ariens wint de Alternatieve 11Stedentocht over 200k op Weissnsee en is duidelijk geemotioneerd
Weissensee Crispijn Ariens wint de Alternatieve 11Stedentocht over 200k op Weissnsee en is duidelijk geemotioneerd (Foto: Neeke Wassenbergh)

Zó kapot was Crispijn Ariëns nooit

De ene Alternatieve Elfstedentocht is de andere niet. Soms is uitrijden weggelegd voor het gros van de starters. Een heel enkele keer komt het zelfs aan op een heuse massasprint. Maar doorgaans is een Alternatieve doorspekt met leed en ontberingen. Zoals die editie van 2017. Op de Weissensee was het niet barre kou die voor een waar slagveld zorgde, maar juist de warmte. Zelden heeft iemand winnaar Crispijn Ariëns zó kapot gezien. En hij was niet de enige.

De beelden achter de finishlijn van die Alternatieve Elfstedentocht op de eerste februari van 2017 staan veel volgers nog op het netvlies gebrand. Stoere en sterke kerels konden niet meer op hun benen staan, zaten kleumend in verwarmende folie, of werden weggedragen door begeleiders. Crispijn Ariëns was die dag de sterkste van allemaal, terwijl Frank Vreugdenhil, zijn ploeggenoot bij Okay Fashion & Jeans, de tweede plaats pakte.

Deze editie van de Alternatieve was er weer eentje zoals een Alternatieve hoort te zijn. Zoals de echte kleppers in het peloton hem ook graag willen. Zwaar. En dit was zelfs zwaar in de overtreffende trap. De ingevallen dooi maakte van de perfecte ijsvloer ineens een piste vol brokkenpiloten, waar de ene na de andere rijder tegen het ijs smakte.

Pijn

Ook Crispijn Ariëns. In de laatste ronde zelfs nog. Maar de man van Okay Fashion & Jeans liet zich niet kloppen door het ijs. ,,Maar het doet zo’n pijn’’, verzuchtte Ariëns destijds. ,,Echt alles doet me nu zeer.’’ Die pijn voelde hij ook nog eens bij zijn beslissende ontsnapping, op pakweg vijftien kilometer van de streep. ,,Die eerste meters deden gigantisch veel pijn. Maar toen ik eenmaal weg was, kwam ik in een ritme, in een flow, en dan is alle pijn even weg.’’

De lach breekt door bij Ariëns als de bewuste race ter sprake komt. ,,Ik was in de eerste plaats heel blij dat ik had gewonnen’’, stelt hij als hij terugkijkt. ,,Maar het was echt wel een heftige wedstrijd. We wisten wel dat het overdag wat ging dooien, maar dat dit zó hard zou gaan en dat het ijs zó slecht zou worden, dat had niemand verwacht. Vooral dat sneeuwijs op het grote meer werd later in de wedstrijd echt heel slecht.’’ En juist daar moest het peloton in een ronde vaak langs. ,,Als je het meer op kwam viel het nog mee, maar een beetje halverwege was een stuk waar je op de heenweg twee keer langs kwam en op de terugweg ook twee keer. Vier keer moest je er per ronde doorheen.’’

En dat werd met elke ronde een moeilijker opgave. ,,Het was bizar’’, zegt Ariëns. ,,Het werd slechter en slechter, en na een tijdje was het echt niet meer schaatswaardig. Het enige dat je nog kon doen, was je schaats recht neerzetten en zo recht mogelijk naar voren duwen. Dat was het. Zijwaarts afzetten? Ging niet meer. Sturen ook niet. Je schaats zat gewoon vast.’’

Valpartijen

Het peloton dunde uit in sneltreinvaart, al kreeg Ariëns daar weinig van mee. Hij zat in een kopgroep van 21 man, die al in de eerste ronde was weggereden. ,,In het begin zag ik ze wel vallen. Sommigen kwamen midden in de plassen terecht die door de dooi waren ontstaan. Die zijn allemaal afgestapt. Dat houd je gewoon niet vol. Te koud. Verder viel het qua leed wel mee wat ik zag. Natuurlijk, er waren constant valpartijen, ook in de kopgroep. Maar de meesten kwamen wel weer terug. En Jordy Harink, dat staat me ook nog bij. Hij viel, wilde weer opstaan, maar zette zijn schaats bovenop zijn eigen vinger. Die hing er meteen voor een groot deel bij, bloedde flink. Daar was hij even behoorlijk druk mee.’’

Die valpartijen ontpopten zich wel als een scherprechter in de koers. Niemand ontkwam eraan, ook Ariëns zelf niet. ,,Iedereen viel, de ene harder dan de ander. Kon ook niet anders als het ijs zó slecht is. Als je valt en je bent er klaar mee en je stopt, prima. Maar als je valt, opstaat en weer doorgaat kom je uiteindelijk toch het verste.’’

Tactiek deed de rest voor de mannen van Okay Fashion & Jeans, die met Ariëns, Vreugdenhil en Van Ham in de kopgroep zaten. ,,Die groep was perfect’’, vindt Ariëns. ,,Dat was ook wat we wilden, snel wegrijden met een goede groep. We reden zo’n tot tachtig kilometer van de finish een prima tempo. Kwam ineens Vreugdenhil naast me rijden en zei dat we over een kilometer of twintig een beetje gingen aanvallen om er zo een aantal kwijt te raken. Prima plan, antwoordde ik. Nog geen minuut later ging hij al. Ik dacht nog ‘dat is geen twintig kilometer’. Maar die groep dunde zo heel snel uit. Eerst naar een man of tien en uiteindelijk naar vier.’’

Sterkste

Van dat kwartet was Ariëns uiteindelijk de sterkste, zoals vrijwel altijd bij de winnaar van een race over tweehonderd kilometer. ,,De meeste rijders die zo’n wedstrijd winnen hebben een heel goede dag, en die had ik op dat moment ook. Ik denk dat ik die dag echt de sterkste was.’’ Maar misschien ook wel de meest vastberaden man. Ariëns had alle redenen om er de brui aan te geven, maar had er misschien nog méér om door te gaan. Ook na zijn valpartij in de laatste ronde. ,,Ik was al een paar keer gevallen, maar toen klapte ik heel hard tegen het ijs. Daar brak ik ook mijn ribben, twee stuks. Daar had ik heel veel last van, maar je wilt door.’’

Weer die lach. ,,Weet je hoe dat gaat in die lange koersen’’, zegt hij dan. ,,Dan wisselt het bij mij ongeveer elke vijf minuten hoe ik me voel. Het ene moment denk je dat je iedereen naar huis gaat rijden en de koers gaat ophalen, en vijf minuten later denk je dat je gaat stoppen. Dat gebeurt constant en dat maakt het mentaal ook heel zwaar. Zeker in die laatste vijftig kilometer van een Alternatieve. Maar als ik in de finale kom, in die laatste ronde, dan is het klaar. Dan is het koers en wil ik alleen nog maar die wedstrijd winnen.’’

Eenmaal over de streep was Ariëns zeldzaam emotioneel. Uitputting, blijdschap en pijn; het was allemaal tegelijkertijd van zijn gezicht te lezen. ,,Dat doet zo’n wedstrijd met je’’, legt hij uit. ,,Het was heel zwaar, dan die gebroken ribben, de pijn. Dat kost zóveel energie, en als het dan lukt, word je snel emotioneel.’’

Centimeters

Hij wordt nog regelmatig herinnerd aan die bewuste wedstrijd. ,,Zeker als we het over de Weissensee hebben gaat het altijd wel een keer daarover. Dat het echt een héél zware was. Simon Schouten won ook zo’n editie, in 2013. Die blijft de mensen ook bij.’’ Ariëns grinnikt. ,,Maar de laatste jaren word ik toch ook wel steeds herinnerd aan de twee koersen die ik niet heb gewonnen. Ook door mezelf. Daar baal ik nog steeds van. Zeker de laatste keer was ik verreweg de sterkste, maar niet de slimste. En twee keer word ik op centimeters geklopt door Frank Vreugdenhil. Daar heb ik nog wel wat recht te zetten. Ja, ook om die reden heb ik heel veel zin in Zweden.’’

Maar één ding is zeker: voor Crispijn Ariëns is die winst op de Weissensee vooralsnog de kroon op zijn loopbaan. ,,Zeker op de schaats, daar is het echt mijn mooiste. In het skeeleren is dat natuurlijk mijn wereldtitel.  Maar ik hoop dat ik er nog iets bij kan schaatsen dat nóg mooier is.’’

Meer berichten