Dai Dai Ntab is terug: ‘Ik was in niets meer goed’

door Eric Korver
Dai Dai Ntab kwam in de zomer van 2024 binnen bij team IKO-X²O als een rijder van naam met een bak aan ervaring en meerdere prijzen achter zijn naam. Maar Dai Dai Ntab kwam ook binnen als een schaatser die al een tijdje niet meer zichzelf was, gekweld door blessures en pech. Een jaar lang werkte hij keihard om zichzelf als atleet weer op te bouwen. Nu is Ntab zover dat hij weer serieus kan meedoen om de prijzen.
Als je de naam van Dai Dai Ntab – 31 inmiddels – in verband brengt met de Olympische Spelen, dan is dat tot nu toe geen gelukkige combinatie geweest. De Amsterdammer miste de Spelen van 2018 door een dubbele valse start in het olympisch kwalificatietoernooi en vier jaar later bleek zijn tweede plaats op de 500 meter niets waard omdat die in de beruchte matrix van de KNSB weinig kans op goud werd toegedicht.
Dai Dai Ntab lacht als de Spelen ter sprake komen. Hij kent zijn eigen geschiedenis, weet dat die twee dingen dan weer op tafel komen. ,,Maar ik heb het zelf allemaal wel een plek kunnen geven, al zit er ergens diep van binnen nog wel wat frustratie. Dat ik in 2022 uit de olympische selectie werd gehaald, vind ik nog steeds vervelend. Als ik daaraan terugdenk, voel ik me nog steeds wel genaaid. Maar ja, op rancune doorgaan, dat heeft niet zo heel veel zin. Daar komen alleen maar slechte dingen van. Alles bij elkaar is dat wel iets geworden dat gewoon bij mijn verhaal hoort. En dan wordt het verhaal des te mooier als ik straks in december wel goed ben. Iedereen begint weer op nul. Ik ook.’’
Pittig
Ntab had de afgelopen jaren vooral andere zorgen. Het lijf liet de viervoudig Nederlands kampioen op de 500 meter regelmatig in de steek, en dan met name zijn rug. Als hij terugkijkt op zijn eerste anderhalf jaar bij IKO-X²O, dan omschrijft hij dat als ’heel pittig’. ,,Ik moest terugkomen van die rugblessure, maar moest mezelf ook als atleet echt weer terugvinden. Ik was in niets meer goed. Niet snel op de atletiekbaan, slecht in het krachthonk. Het enige waar ik gewoon goed in was, was eigenlijk fietsen. Er moest heel veel werk worden verricht voor dingen als mobiliteit en stabiliteit om überhaupt weer goed op het ijs te kunnen staan, op schaatsen te staan zonder dat ik ging compenseren. Alles om mijn rug in leven te houden.’’
Desondanks ging hij het seizoen in met het idee weer World Cups te rijden, het WK te halen. ,,Als topsporter moet je er ook zo in staan, vind ik. Maar de staf maakte mij aan het begin van het seizoen al duidelijk dat dit traject minimaal twee jaar zou duren. Toen ik aan het einde van de zomer ook nog eens een buikspier scheurde, wist ik dat ze gelijk hadden. Maar als ik terugkijk, kan ik alleen maar blij en trots zijn. We zijn van heel ver gekomen, en ondanks dat ik maar een kwart van de wedstrijden heb kunnen rijden, zat ik uiteindelijk een tiende van een seconde af van het WK. Maar goed, dat was niet het belangrijkste. Ik wilde weer gewoon in staat zijn races in 34,5 te rijden en een goede basis te leggen voor dit seizoen. Dat is gelukt.’’
Oude tijden
Het is duidelijk dat Ntab blij is met zijn stap naar IKO-X²O, die zelfs wat nostalgische gevoelens losmaakt. ,,,,Het doet mij een beetje denken aan de oude tijden met Gerard van Velde bij Plantina. Een wat kleiner team, zeker voor de buitenwereld. Je bent echt als een soort van kleine familie die de wereld wil aanvallen. En iedereen is hier op z’n plek.’’
Dat is anders dan hij gewend was, zeker bij Jumbo-Visma. ,,Op die haantjescultuur daar ging ik ook wel goed hoor, maar ja, dan keek ik zelf van boven naar beneden. Nu is die situatie heel anders.’’
Hij ziet ook hoe in de voorbije vier jaar het sprinterslandschap in Nederland behoorlijk is veranderd. Het niveau is torenhoog en de concurrentie is moordend met tal van jonge jongens die snoeihard rijden. Het doet hem, zegt Ntab met een lach, een beetje denken aan zijn eigen jonge jaren. ,,Aan de tijd dat ik zelf een jaar of 21 was. Michel en Ronald Mulder schaatsten nog, Jan Smeekens ook. En ineens waren er allemaal jonge jongens die ook podium konden rijden, die World Cups en WK’s haalden. Die tijd is nu eigenlijk weer een beetje terug, alleen hoor ik nu zelf bij die oudere jongens.’’
In puin rijden
Maar hij is fit. En gretig. ,,Ik wilde zo goed mogelijk aan de start staan in het NK en daarna de World Cups in. Daar zelfvertrouwen opdoen en dan het olympische kwalificatietoernooi in.’’ Hij weet wat er nodig is voor succes. ,,Ik moet al die jongens die nu voor me staan in puin rijden. Jenning de Boo, Merijn Scheperkamp, Sebas. Maar dan wel vanuit een andere positie dan de voorgaande keren. Het is eigenlijk de eerste keer in een olympische winter dat ik niet als favoriet aan zo’n seizoen begin. En weet je, ik vind het heerlijk dat de cameraploegen nu even niet met mij bezig zijn, dat ik niet nu al over resultaten hoef te praten. Ik kan me nu lekker op mijn eigen proces focussen en dat is heel fijn.’’


















