Logo skatenl.nl
Femke Kok: ,,Je denkt momenteel veel meer na over gezondheid. Heb je een keer een kuchje, moet je niezen, denk je toch even van ‘shit, het zal toch niet’.’’ (Foto’s Timsimaging)
Femke Kok: ,,Je denkt momenteel veel meer na over gezondheid. Heb je een keer een kuchje, moet je niezen, denk je toch even van ‘shit, het zal toch niet’.’’ (Foto’s Timsimaging)

Femke Kok bekroont keuze Reggeborgh met eerste nationale titel

Ze kreeg vorig seizoen met één race de schaatsfans aan haar voeten. Met haar ontwapenende vreugde won ze het publiek voor zich, maar met haar tijd won ze de interesse van de topteams. Femke Kok koos uiteindelijk voor Reggeborgh, een beslissing die deels op gevoel was gebaseerd. Nu is ze inmiddels begonnen aan een seizoen dat in geen enkel opzicht gelijk is aan wat ze eerder meemaakte. De start was prima, want in het Daikin NK pakte Kok op de 500 meter meteen haar eerste nationale titel.

door Eric Korver

Het zijn rare tijden. Ook voor topschaatsers. Halsoverkop verliet Femke Kok begin oktober het Zuid-Duitse Inzell. De positieve coronatest van ploeggenoot Kjeld Nuis maakte een abrupt einde aan de voorbereiding in het alpendorp. De andere Nederlandse topteams volgden snel. Allemaal naar huis, naar relatieve veiligheid. Maar voor Kok en haar teamgenoten van Reggeborgh kreeg de test van Nuis nog een staartje. ,,We moesten allemaal tien dagen in quarantaine.’’

Bizarre onderbreking voor topsporters die naar een nieuw seizoen toewerken zou je denken, maar dat viel best mee, vertelt Femke Kok (20). ,,Op het moment dat we dat hoorden Dat Kjeld positief was getest, was dat natuurlijk wel even schrikken. Zeker ook bij het idee van tien dagen afzondering. Maar de staf van Reggeborgh regelde dat geweldig.’’ Het werd quarantaine in Langweer, het dorp aan de Friese meren waar veel mensen doorgaans graag de vakantie doorbrengen. ,,We zaten inderdaad in vakantiehuisjes’’, bevestigt Kok met een lach. Het team was op praktische gronden verdeeld. ,,Met wie je samen terug reed uit Inzell, zat je vervolgens ook in quarantaine. Bij mij was dat met Ronald Mulder en Wesly Dijs. Was heel gezellig hoor. Ronald had zelfs zijn gitaar mee.’’

Nuttig

Een ontspannen verblijf werd het echter niet. Trainer Gerard van Velde zag voldoende mogelijkheden om de tijd nuttig te besteden. ,,We hadden buiten op het terras de Tacx staan, in elk huisje lag een set voor krachttraining en we hadden schaatsplanken. Eigenlijk trainden we gewoon twee keer per dag. Verder vermaakten we ons wel. We hebben een account aangemaakt op TikTok en maakten grappige filmpjes, we kookten, keken ’s avonds op de bank lekker een filmpje. We hebben er echt het beste van gemaakt en de dagen vlogen voorbij. Het was als een trainingskamp, maar dan zonder schaatsen. En natuurlijk is het echt klote dat je juist in deze periode tien dagen niet kon schaatsen, maar iedereen bleef toch heel positief.’’

Toch hangt corona in deze tijd als een zwaard van Damocles boven elke schaatser. Blijf je gezond, kun je het virus buiten de deur houden? Dat is wat momenteel het belangrijkste lijkt. ,,We hebben even moeten afwachten hoe de rest van het team was na de test van Kjeld Nuis. We hebben toch in het begin van het trainingskamp allemaal contact met hem gehad. Dat was gelukkig allemaal goed, maar je gaat er wel veel meer bij nadenken. Heb je een keer een kuchje, moet je niezen, denk je toch even van ‘shit, het zal toch niet’. Bij aankomst in Nederland zijn we allemaal weer getest en drie dagen later wéér, in verband met de incubatietijd. Allemaal negatief.’’

Mondkapjes

Inmiddels is ze weer thuis in Nij-Beets, maar nog altijd voorzichtig. ,,Ik let sowieso wel op mijn gezondheid, zeker in de aanloop naar belangrijke wedstrijden. Daarbij zocht ik zeker al geen mensenmassa’s op. Tja, en corona komt nu wel heel dichtbij, dan let iedereen nog meer op, Je gaat niet meer zomaar overal naartoe, of een praatje maken met mensen. En mondkapjes zijn ook al een soort van normaal. Vind ik prima.’’

Het is een heel andere start dan Femke Kok in gedachten had na haar overstap naar het professionele schaatsen. In het gewest Friesland maakte ze de laatste jaren veel progressie, en dat leverde tijdens twee achtereenvolgende wereldkampioenschappen voor junioren een behoorlijk ‘goldrush’ op. Drie keer goud vorig jaar, liefst vijf keer dit jaar. Maar dat toernooi voltrekt zich doorgaans buiten het oog van de massa. Die maakte vooral kennis met de jonge schaatsster door haar verrassende vierde plek op de 500 meter tijdens het Europees kampioenschap. In Thialf reed ze de tweede tijd die ooit door een Nederlandse in de schaatstempel was neergezet. Met dat resultaat en het aanstaande afscheid van haar juniorenstatus was de interesse van grote ploegen gewekt.

Visie

Allemaal klopten ze aan bij huize Kok in Nij-Beets. ,,En ik heb met elk team een gesprek gehad’’, stelt Kok. Bij het opmaken van de balans was de uitkomst voor haar duidelijk. ,,Ik vond Reggeborgh het beste bij me passen. Dat team sprak me het meeste aan. De visie is goed, het gevoel was meteen goed. Ik had natuurlijk al eens een paar keer meegetraind met Reggeborgh en had het destijds ook al erg naar mijn zin. En tot nu toe heb ik geen seconde spijt gehad van die keuze, ondanks dat de samenstelling van de ploeg wel veranderd is. Iedereen is lekker relaxed. Het is ook echt mijn gevoel geweest dat me naar Reggeborgh heeft gestuurd.’’

Maar er veranderde inderdaad veel bij Reggeborgh nadat Femke Kok zich aan de ploeg had verbonden. Dai Dai Ntab en Kai Verbij trokken de deur achter zich dicht en – misschien wel vervelender voor Kok – ook Jutta Leerdam maakte andere keuzes. ,,Natuurlijk zou het mooi zijn als Jutta en ik met elkaar konden trainen, want zij is supergoed. Maar in principe maakt het niet zoveel uit. Ik heb mijn keuze gemaakt op de visie van het team en op mijn gevoel daarna en dat heeft niet zoveel te maken met wie er precies rijden. Bovendien hebben we nu ook een superteam met Ireen Wüst, Michelle de Jong en zo nu dan Vanessa Herzog. Perfect voor mij, dus nee, ik heb niet getreurd om die veranderingen. Maar dat er zoveel sprinters zijn gewisseld van ploeg had ik niet zien aankomen. Best opmerkelijk.’’

Ervaring

De toppers om haar heen zijn een onuitputtelijke bron van ervaring en inspiratie voor Kok, die op alle fronten nog veel kan opsteken. Zeker ook van Wüst, de meest succesvolle Nederlandse olympiër ooit. ,,Zij heeft al zóveel meegemaakt, zóveel gewonnen en zóveel ervaring. Hoe zij dingen aanpakt, hoe ze trainingen benadert; het is supermooi zo iemand in de ploeg te hebben. Ze is ook zo normaal en relaxed, wil haar ervaring delen en advies geven. Ik heb haar eerder wel eens gesproken, maar kende haar als persoon niet echt. Dan is het altijd even afwachten of er een klik is. En voor mij is het best bijzonder. Vroeger en misschien nog steeds wel een beetje, is ze toch een soort idool voor me geweest. En dan rijd ik nu samen met haar in één team. Had ik vroeger natuurlijk nooit gedacht.’’

Als het om de sprit gaat is uiteraard ook Vanessa Herzog een meer dan uitstekende trainingspartner. Maar de Oostenrijkse is er lang niet altijd, vertelt Kok. ,,Sommige periodes wel, en bij de trainingskampen. Dan merk je in de trainingen dat ze ook heel hard kan rijden, en dat we elkaar echt beter kunnen maken.’’

Kok staat nog steeds te boek als een pure sprinter, maar dat zou weleens kunnen veranderen. Want ook voor de schaatsmijl heeft ze bovengemiddelde belangstelling. ,,Ik zou in Inzell nog een 1500 rijden, maar daar is het helaas niet meer van gekomen. Jammer, want de eerste 500 meter ging supergoed en ik was echt benieuwd naar de andere afstanden. Maar daar komt het voor het NK niet meer van. Ik denk ook niet dat ik die afstand rijd tijdens het NK in Thialf zelf, dat wordt misschien te veel, zeker nu er ook weer twee keer een 500 meter wordt gereden. Maar samen met Gerard van Velde en de rest van de staf praat ik zeker over de mogelijkheden. Omdat ik nog jong ben, mag ik eigenlijk rijden wat ik wil. Wel in overleg natuurlijk. We kijken dan gewoon wat op dat moment het beste is.’’

1500 meter

Maar Kok zelf is nieuwsgierig, wil zien wat ze op het hoogste niveau kan op de 1500 meter. Die afstand is haar natuurlijk ook niet vreemd. ,,Bij de junioren ging dat altijd prima.’’ Ze pakte niet voor niets goud en zilver op de mijl tijdens het WK voor junioren. ,,Ik denk dat er nog meer in zit, omdat ik eigenlijk nooit een echt goede 1500 meter heb gereden. Dat gebeurde altijd in een toernooi, of aan het einde van een wedstrijdweekend. Als ik er tijd voor heb, ga ik er binnenkort zeker een keer eentje rijden.’’

In ieder geval tekende ze al voor een razend rappe 500 meter. Daarmee verraste ze zo vroeg in het seizoen ook zichzelf. ,,Dat was echt supermooi. We hadden een rustweek en ik had een beetje toegewerkt naar die wedstrijd. Het was de eerste, spannend dus. Je krijgt een beetje een beeld van hoe je ervoor staat na de zomer en daar was ik best nieuwsgierig naar omdat ik toch heel anders heb getraind. Ik hoopt op een 37’er, maar dat ik nu al een 37.5 kon rijden had ik echt niet gedacht.’’

Het is de bevestiging dat de nieuwe prikkels aanslaan, dat ze daadwerkelijk beter wordt van de aanpak van Van Velde. ,,Er is toch veel anders. Vaker trainen, meer omvang trainen. Dat is het eigenlijk allemaal: net ietsje meer. Ik ben ook wel nieuwe dingen gaan doen. Dan is het spannend of het aanslaat, want dat weet je vooraf nooit. Maar het voelt allemaal goed.’’

Bizar

Alles wat er nu nog aan ontbreekt, is een wedstrijd om te laten zien hoeveel progressie ze heeft gemaakt. Maar in een bizar seizoen als dit is nu eenmaal niets zeker. Ook niet wanneer je je kan meten met de internationale top. ,,Iedereen heeft er last van. Ik maak me er dan ook niet echt druk om, maar jammer is het wel. Normaal heb je een mooie wedstrijdkalender. Eerst dit, dan dit en dit. Da’s nu wel anders.’’

Ze is in ieder geval blij met de oplossing die de KNSB biedt, blij met de wedstrijden in eigen land. ,,Mooi dat we kunnen rijden, gek dat er geen publiek bij is. Als mensen enthousiast worden van wat je laat zien, da’s zo’n mooi gevoel. Daar hebben we het ook weleens over en iedereen vindt dat zonde. Maar het is natuurlijk wél mooi dat wij nog een competitie hebben. En met het niveau van de schaatsers in Nederland zijn dat meteen wedstrijden op wereldniveau. Je moet hier altijd goed zijn, ook als er even geen buitenlandse toppers meedoen. Dat is wel de voorsprong die wij hebben op de rest van de wereld. Ik ben er ook benieuwd naar. Benieuwd hoe ik ervoor sta, benieuwd hoe anderen ervoor staan. Want het is leuk als je goed rijdt in trainingswedstrijdjes, maar het gaat om de échte wedstrijden.’’

Meer berichten