Het vuur brandt nog volop bij Hein Otterspeer
Logo skatenl.nl
Familieman Hein Otterspeer komnt tegenwoordig weer vrolijk thuis bij vriendin Bettelien en zoontje Sant-Jan. ,,De steun van Bettelien is echt heel belangrijk voor me geweest.’’ (Foto Timsimaging)
Familieman Hein Otterspeer komnt tegenwoordig weer vrolijk thuis bij vriendin Bettelien en zoontje Sant-Jan. ,,De steun van Bettelien is echt heel belangrijk voor me geweest.’’ (Foto Timsimaging) (Foto: )

Het vuur brandt nog volop bij Hein Otterspeer

In Thialf, pal na het behalen van zijn derde nationale sprinttitel, kreeg Hein Otterspeer het even te kwaad. Tranen vloeiden. Vooral van vreugde, maar ook de frustratie van jarenlange tegenslag kwam eruit. Twee dagen lang had Otterspeer aan Nederland getoond hoe goed hij kán zijn, hoe goed hij wíl zijn. Nu wordt het tijd die vorm ook over de grens te tonen. Aan Otterspeer zal het niet liggen. ,,Mijn motivatie is altijd enorm geweest. Dat heeft me ook op de been gehouden.’’

door Eric Korver

Hij draait al lang mee in de top van de schaatswereld, maar de loopbaan van Hein Otterspeer kenmerkt zich door pieken en dalen. Hij is de man van zilver en brons op het wereldkampioenschap sprint, maar ook de man die daadwerkelijk al geblesseerd raakte bij het strikken van zijn veters. Teleurstelling voerde vaker de boventoon dan vreugde en plezier.

Maar in Thialf straalde dat laatste er twee dagen lang vanaf bij Hein Otterspeer. De 32-jarige sprinter glundert nog steeds als hij praat over dat sprinttoernooi. ,,Vooraf was ik de favoriet, dat wist ik. Kwestie van logisch rekenen. Soms is één plus één dan ook echt twee. Als je de tijden dit seizoen van de 500 en 1000 meter in trainingswedstrijden en het NK Afstanden. Optelde, dan stond ik op één. Maar uiteindelijk is dat maar een sommetje en zijn er in de praktijk heel wat kapers op de kust. Er stonden in Thialf zeker vijf of zes kanshebbers aan de start.’’

Controle

Otterspeer toonde zich echter oppermachtig op een manier zoals hij niet vaak eerder demonstreerde. ,,Als ik terugkijk, had ik vanaf de eerste pas tot de laatste alles onder controle. Ik was zo goed, met zoveel overmacht, daar werd ik heel erg blij van en ben ik ook heel erg trots op. Zo kijk ik er ook op terug. Dit was voor mij een perfect toernooi. Nergens heb ik iets laten liggen, alle vier de afstanden waren superstabiel. Op de laatste duizend was ik wel ietsje langzamer, maar ik mocht zóveel verliezen. Dan hoef je niet het onderste uit de kan te halen. Ik reed drie superafstanden, waardoor ik die laatste gewoon naar huis kon rijden. Da’s echt een heerlijk gevoel als het zó goed gaat.’’

Hein Otterspeer doet z’n verhaal in de aanloop naar het kwalificatietoernooi voor het WK, de volgende halte waarop hij zich graag wil laten zien. Maar het zijn onzekere tijden, zelfs voor de topsporters die tot nu toe redelijk ontzien werden in allerlei maatregelen. ,,Vooralsnog kunnen we doorgaan zoals het de afgelopen maanden was’’, verzucht Otterspeer. ,,Dat is toch een soort van opluchting. We zijn er met z’n allen natuurlijk heel erg mee bezig. Iedereen doet enorm z’n best om die besmettingen buiten de deur te houden, en dat begint toch bij jezelf. Maar meer dan dat kun je er ook niet aan doen. De enige taak die we verder hebben, is zorgen dat we er staan als er wedstrijden zijn, dat we linksom of rechtsom klaar voor zijn.’’

Thuis

Voor Otterspeer is dat wel anders dan voor sommige collega’s. Hij is dagelijks thuis bij zijn gezinnetje, bij partner Bettelien en zoontje Sant-Jan, in een soort eigen bubbeltje. ,,Dat is zeker anders dan wanneer je alleen bent’’, beaamt hij. ,,Ik verveel me ook een stuk minder als ik echt heel lang thuis moet zitten. Ik merk aan sommige ploeggenoten die wel alleen zitten dat ze echt graag op trainingskamp willen, dat ze de Worldcups missen en graag op reis willen omdat de muren thuis op ze afkomen. Dat heb ik eigenlijk nagenoeg niet. Vorig jaar ben ik al zóveel weggeweest, heb ik al zóveel het vliegtuig gepakt. Nu is het leven heel anders. We zijn niet veel op trainingskamp geweest, rijden deze winter bijna alles in Thialf. Ik vind het el relaxed om zoveel thuis te zijn. Begrijp me goed, die hele coronacrisis is voor iedereen vreselijk, maar dat het een gevolg is dat ik veel thuis ben, vind ik niet vervelend. Maar ik zie ook dat binnen het team daarover de meningen verschillen.’’

Opeens is er ook veel gelegenheid om veel tijd door te brengen met zoontje Sant-Jan, iets waar Otterspeer in een normale winter niet vaak aan toekomt. ,,Is toch wel belangrijk, vind ik. We hebben ook vaste rituelen inmiddels. Ik sta ’s ochtends met hem op, dan ontbijten we samen en breng ik hem naar school om vervolgens zelf naar de training te gaan. Zo heb ik thuis een heel fijn ritme. Ja, ik ben wel een familieman, zou liegen als ik zeg dat dat niet zo is, haha. Ik heb het gewoon fijn thuis, hou van mijn gezin, we hebben het hartstikke goed samen en gaan als een trein. Met z’n drieën kunnen we de wereld aan, dat gevoel hebben we echt. En dat is voor mij een heel groot voordeel, want ook dat helpt bij wat je uiteindelijk wilt: hard schaatsen.’’

Frustratie

Maar thuis is ook het klankbord van zijn ziel. Bij Bettelien komt ook de frustratie en de teleurstelling eruit, die Otterspeer niet eenvoudig achter zich kan laten op de ijsbaan, maar ook mee naar huis neemt. ,,Uiteraard, zou ik bijna zeggen. Maar ik heb echt heel veel steun aan Bettelien. Bij haar vind ik een luisterend oor, maar soms kan ze ook heel zakelijk kijken naar het schaatsen. Dan vraagt ze wat ik nou écht wil, en ze zal nooit proberen mij op een ander spoor te zetten dan dat. Zij ziet ook wel dat er meer in zit. Als je die steun voelt, is dat fantastisch. Ik heb het vaker gezegd, maar zonder Bettelien had ik dit echt niet kunnen doen.’’

En de laatste jaren was er aardig wat mentale steun te verlenen. Hein Otterspeer streed meer tegen zijn eigen lijf dan tegen de concurrentie. Want dat grote en op het oog zo sterke lichaam liet hem op cruciale momenten vaak in de steek. Otterspeer zei het al eens heel treffend: ‘Mensen zien mij in het pak, maar ze zien niet wat er onder het pak gebeurt’. De afgelopen jaren van Otterspeer vormden blessures de rode draad en niet de prestaties. Vooral zijn rug bleek een constante plaaggeest voor Otterspeer. ,,Ik ben vaak na een wedstrijdweekend of een vierkamp helemaal gebroken thuisgekomen. Zodanig dat ik me zelfs afvroeg hoe ik dit weer moest repareren.’’ De gevolgen waren voor hem duidelijk. ,,Ik heb de afgelopen jaren echt met een aantal pk’s minder aan de start gestaan. Dan is het zó anders naar een toernooi toeleven. Dan kun je alleen maar hopen dat het goed gaat.’’

Handdoek

Hij moet boven alles een onvoorstelbare liefhebber zijn, want met het leed dat Otterspeer trof zou menig andere schaatsers allang de handdoek in de ring hebben gegooid. Otterspeer knikt. ,,Da’s zeker waar. Als ik ploeggenoten soms hoor klagen, zeg ik weleens dat ze allang gestopt waren als ze mijn lichaam hadden gehad. Grapje natuurlijk, maar er zit wel een kern van waarheid in. Ik denk dat heel veel mensen die in mijn schoenen hadden gestaan er de brui aan hadden gegeven. Ik niet. Er brandt een vuur in mij. Ik wíl. Als ik diep in mijn hart kijk, weet ik dat ik niet alles eruit heb gehaald in de elf jaar dat ik nu professioneel schaats. En ik weet ook dat áls het bij mij klopt, ik hard ga en de besten van de wereld kan verslaan. Ik roep dat al jaren en ik zeg het ook vaak tegen mezelf. Dat is de grootste drijfveer die mij overeind houdt.’’

Hij zag de jongens die er elke keer met de titels vandoor gingen. ,,Ik zag waarop zij konden terugvallen. Dat was altijd een goed lichaam. Hadden ze een mindere dag, dan reden ze alsnog hard, want ze waren goed getraind en fit. Dat was bij mij gewoon anders.’’

Het vertrouwen in zijn eigen lichaam was regelmatig zoek. ,,Soms wist ik gewoon echt waar ik de oorzaak van weer een tegenslag moest zoeken. Zagen mensen een steigerung of een temporondje en vertelden ze dat het hartstikke goed was, maar kwam het er vervolgens in de wedstrijd wéér niet uit. Mentaal probleem, werd er gezegd. Maar ik heb altijd geweten dat het dat niet was.’’

Vertrouwen

Maar nu, eindelijk, lijkt er aan al het leed een einde te komen. Het lijf, vertelt hij met zichtbare opluchting, lijkt eindelijk mee te werken. En prompt zijn er dus ook de prestaties waarvan hij altijd al wist dat hij daartoe in staat was. ,,Ik krijg nu weer heel veel vertrouwen vanuit mijn lichaam, en dat is echt zó belangrijk. Dan gaat alles wat je doet goed, en ga je met zo’n enorme bak vertrouwen en motivatie zo’n wedstrijd in. Dat is wat ik het afgelopen NK ook uitstraalde, denk ik. Met een glimlach erin, met een nog grotere glimlach eruit.’’

Een haast vlekkeloze voorbereiding was al een goed teken. Otterspeer was fit, was sterk, en blééf fit en sterk. ,,Het streven was dat structureel voor elkaar te krijgen. Niet een weekje, maar maandenlang achter elkaar een hoog niveau halen. Dan kun je op je lijf vertrouwen en weet je dat je het niveau echt hebt en je jezelf nog naar een hoger plan kunt brengen. Zo’n stabiele lijn als dit jaar, dat heb ik eigenlijk nooit gedaan. Elke wedstrijd die ik reed vanaf de eerste trainingswedstrijd tot en met dat NK was gewoon perfect. Ook in de training heb ik geen terugvallen meer. Dat is de afgelopen jaren wel anders geweest. Ik kan nu gewoon genieten van mijn vorm, kom na de training thuis met een glimlach. Ja, dan ben ik ook veel plezieriger in de omgang. Gaat het schaatsen slecht dan gaat het met mij niet goed, gaat het schaatsen goed dan gaat het met mij ook goed. Ik denk dat dat bij iedere topsporter zo is.’’

Grote lach

Dat hij eindelijk weer eens de beste versie van Hein Otterspeer kon laten zien, was in alle opzichten een verlossing. ,,Ik had dat hele weekend geen grotere lach kunnen hebben. Dat zie je aan mijn reactie als ik die 1.07 op het bord zie staan. Dat zie je aan het moment dat ik na de vierde rit via facetime het thuisfront voor mijn neus krijg. Dan zie je ook wat dat met me doet, word ik emotioneel. Maar ook dat is topsport.’’

De emotie maakte wel duidelijk hoe diep het zat bij Hein Otterspeer. Hij beseft maar al te goed hoe veel mensen zijn motivatie zagen, maar ook zijn frustratie. ,,Dan ben ik absoluut niet de makkelijkste. Ploeggenoten en iedereen die op het ijs stonden, zagen me dan wel naar huis gaan, maar ze konden niet achter die muren kijken. Daar is het toch anders. Om dan de volgende ochtend weer gemotiveerd op te staan, dat was niet altijd even makkelijk.’’

Al die tijd voelde Hein Otterspeer ook het vertrouwen van coach Jac Orie, die met zijn testcultuur bij Jumbo-Visma ook zag wat de sprinter in zijn mars moest hebben. ,,Ik denk dat hij ook wel wist wat erin zat. Hij zag ook dagelijks de horten en de stoten voorbijkomen en hij wist dat we konden gaan winnen als we de zaak op de rit kregen. Dat geloof moet je natuurlijk als schaatser ook hebben, maar aan mijn motivatie heeft het echt nooit gelegen.’’

Inmiddels bewijzen de testen van Orie het gevoel van Otterspeer, die daarin een goede bevestiging ziet. Want zo werkt het ook weer. ,,De metingen zijn echt zichtbaar verbeterd. Weet je, ik kan fietsen wat ik wil en prachtige wattages trappen, maar als die krachtlijnen niet kloppen, dan komt het er gewoon niet uit. Soms had ik dan een uitschieter, nu zit ik structureel op een hoger niveau, ook in de fietstesten en de ergometrietesten. Dat zijn goede signalen.’’

In de trainingen geniet hij weer, ook van het hoge niveau om hem heen. Want de nieuwe sprinttrein van Jumbo-Visma doet veel goeds voor Otterspeer. ,,Met Thomas Krol en nu ook Dai Dai Ntab en Kai Verbij hebben we echt een monstertrein. Ik denk dat die wisselingen binnen de ploeg goed voor mij zijn geweest. Die jonge klasbakken in het team, die kwaliteiten en dan de krachten bundelen. Dat maakt ons sterk. We hebben het ook goed met z’n allen, gunnen elkaar iets, er valt geen verkeerd woord, en we hebben een hoop plezier. Da’s gewoon heel prettig.’’

Nu wil Otterspeer niets liever dan zijn vorm tonen op het internationale podium, zich meten met de beste sprinters. ,,Ik ben echt hongerig, maar vooral ook heel nieuwsgierig. Wat kan ik nu alles klopt? Ik heb het ticket voor het EK al binnen en daar ben ik echt blij mee, maar het doel is natuurlijk wel het WK te rijden.’’ Op zijn 32e is Hein Otterspeer nog begonnen aan zijn tweede jeugd. ,,Haha, ja. Ik wil er echt van genieten dat ik nu fit ben, en dat straal ik ook uit.’’

Meer berichten