Nils van der Poel: Zweeds fenomeen
Logo skatenl.nl
<p>Nils van der Poel jubelt in Thialf: ,<em>De tien kilometer was mijn grote doel, daar heb ik de afgelopen jaren hard voor getraind.&rsquo;&rsquo; (Foto Timsimaging)</em></p>

Nils van der Poel jubelt in Thialf: ,De tien kilometer was mijn grote doel, daar heb ik de afgelopen jaren hard voor getraind.’’ (Foto Timsimaging)

Nils van der Poel: Zweeds fenomeen

In niets lijkt Nils van der Poel op het beeld dat we in Nederland hebben van een topschaatser. Eigenlijk is alles onconventioneel aan de Zweed met de Hollandse achternaam. Hij traint anders, geniet van het leven in de Zweedse natuur, brengt maanden door met skydiven en slaapt bij een vriend op de bank. Maar wat hij ook doet; hij doet iets goed. Want Nils van der Poel schaatst verdomd hard. Twee wereldtitels en een wereldrecord vormden het bewijs dat de schaatswereld verbijsterde.

door Eric Korver

Ze vonden ‘m de afgelopen jaren vooral leuk, Nils van der Poel. Die Zweedse jongen met die Nederlandse achternaam, met dank aan zijn Hollands grootvader. Dat was toch wel bijzonder. En het maakte hem ook een beetje ’van ons’. Dat hij nog best aardig presteerde ook versterkte dat gevoel alleen maar.

Geen idee hoe de Nederlandse schaatsliefhebbers nu aankijken tegen Nils van der Poel. Zijn achternaam is nog hetzelfde, zijn historie ook. Maar nu schaatst hij opeens ook nog eens iedereen naar huis, inclusief de Nederlanders die te boek stonden als de beste schaatsers ter wereld. Is Nils van der Poel nu nog steeds een beetje ‘van ons’, of is hij een bedreiging geworden voor Nederlands succes in de komende jaren?

Wie zich wat verder verdiept in Nils van der Poel komt in ieder geval niet tot een antwoord op die laatste vraag. Wat wel vaststaat, is dat we te maken hebben met een fenomeen. In meerdere opzichten. Van der Poel spot met alle wetten uit de traditionele schaatswereld. Zijn motto? Meer doen dan een ander. En dus trainde hij zich de afgelopen twee jaar suf. Maar wel op zijn manier. Dat betekent ultra-hardlopen over honderd kilometer en zo’n veertig keer per seizoen een tien kilometer schaatsen. Maar wedstrijden reed hij in die periode niet. Welkom in de bijzondere wereld van Nils van der Poel, die ook al eens na een Worldcup meer dan 25 kilometer terug rende naar zijn hotel in Sneek.

Ellende

Thialf, dag één van het wereldkampioenschap per afstand. De vijf kilometer is net afgelopen. Van der Poel is met 6.08,39 ruim anderhalve seconde sneller dan Patrick Roest, die opnieuw de droom van een individuele wereldtitel ziet vervliegen. Op het middenterrein is Roest een hoopje ellende, weggedoken in de capuchon van zijn hoodie. Van der Poel aarzelt geen moment, zoekt Roest op, legt een hand op zijn schouder en fluistert de Nederlander wat in. Het is geen zout in de wonde, maar een hart onder de riem.

Even later vertelt Van der Poel openlijk over zijn respect en bewondering voor Patrick Roest. ,,Ik heb hem gezegd dat hij de beste is die er op dit moment is, dat hij de titel verdiende, en dat ik verdrietig ben omdat hij niet won.’’ Hier sprak de man die zelf de wereldtitel pakte en het daar eigenlijk gewoon moeilijk mee had omdat hij de verliezer mateloos bewondert. ,,Ik ken Patrick al sinds de Vikingrace, toen we een jaar of twaalf waren. Ik kwam hier, deed vijftig seconden over de 500 meter, hij veertig. In de bus naar huis dacht ik ‘dat kan ik ook’. Op dat moment besliste ik dat ik schaatser wilde worden. Die gast heeft me meer geïnspireerd dan wie ook. Het doet me echt zeer dat hij nu gebroken is.’’

,,Voor de media, voor de fans, voor bijna iedereen draait het allemaal om de prestaties. Hoe snel je gaat, wanneer de tijd stopt, honderdsten van seconden. Maar daar gaat het voor mij niet om. Het gaat om je best doen, alles geven en toch plezier hebben. Ik ben echt blij dat ik niet de druk en de verwachtingen heb die Patrick heeft. Dat maakt het voor mij een stuk gemakkelijker te genieten van het moment. Het is echt verdrietig om de twee-na-beste schaatser van de wereld te zien huilen omdat hij niet de beste is. Dat is niet de cultuur die we als schaatssport moeten willen.’’

Het had er alles van dat Van der Poel vooral treurde omdat Roest niet de wereldtitel pakte die hij zelf veroverde. De Zweed, toch een kleine lach op het gezicht: ,,Natuurlijk ben ik ook wel gelukkig dat ik heb gewonnen.’’

Anders

En opnieuw legt Van der Poel uit hoe hij tegen zaken aankijkt. Dat is op z’n zachtst gezegd ’anders’. ,,Je kunt het op verschillende manieren benaderen’’, vindt hij. ,,Ik heb de laatste jaren dingen gedaan die geen enkele Nederlandse schaatser heeft kunnen doen. Patrick Roest moet naar dit seizoen kijken. Hij heeft een Nederlands kampioenschap in de herfst, een afstandskampioenschap, een allround kampioenschap, dan kwalificatiewedstrijden voor dit WK, twee Worldcups en een Europees kampioenschap. En overal wordt verwacht dat hij even wint. Dan moet hij na vijf weken competitie in het WK naast de vijf kilometer ook de 1500 meter rijden en de tien kilometer, en hij moet álles winnen. Ik heb bijna twee jaar geen wedstrijden gereden. Al mijn focus lag op dit toernooi. Negen van de tien keer wint Patrick Roest de vijf kilometer, maar dit is waarom hij vandaag verloor.’’

Thialf, dag vier van het wereldkampioenschap per afstand. Als de laatste rijder over de finish is, loopt Nils van der Poel op het middenterrein naar één van de televisiecamera’s en roept de kijkers een boodschap toe.

‘Fish for dinner guys!’

De woorden zijn niet bestemd voor het grote publiek, maar wel voor één man: Graeme Fish, de Canadees die het wereldrecord op de tien kilometer in z’n bezit heeft. Of beter gezegd: hád. Want Nils van der Poel heeft zojuist een fabelachtige race neergezet en bekroonde die met een fantastisch wereldrecord: 12.32,95. In Thialf!

Van der Poel grijnst. Hij had, vertelt hij, eerder die week al contact met Fish via social media. ,,Ik zei hem dat ik zijn wereldrecord ging aanvallen, en hij wenste me succes.’’ Fish zal nooit vermoed hebben dat zijn record daadwerkelijk uit de boeken verdween.

Bijzaak

De Zweed kondigde het na zijn succesvolle rit op de vijf kilometer ook al aan. Geen wereldrecord, dat niet, maar wel dat die ’vijf’ eigenlijk bijzaak was. ,,Hartstikke leuk hoor. En mooi dat ik de wereldtitel pak, maar het gaat om de tien kilometer. Dat is het grote doel, daar heb ik de afgelopen jaren hard voor getraind.’’

Daar was ook het plan op gericht waar Van der Poel zich bijna twee jaar lang op stortte. Twee jaar lang alleen maar trainen. Geen wedstrijd, niks. ,,Het plan dat we schreven was gericht op een tijd van 12.36. Ja, het wereldrecord. Dat lijkt heel ambitieus, maar het was een goed plan en ik had er vertrouwen in dat het mogelijk was.’’

En weer volgde zo’n mooie en zeker in de schaatswereld niet alledaagse uiteenzetting van Van der Poel. ,,Belangrijk is dat je twéé doelen hebt. Het eerste is de dag zo besteden dat je jezelf zoveel mogelijk verbetert, zowel fysiek als technisch. Het tweede is de dag zo besteden dat je morgen wakker wordt en diezelfde inspanning wéér wilt doen. En daar moet je een balans in vinden. Die heb ik de laatste jaren heel goed gevonden.’’

In die opzet is voor Van der Poel plezier de rode draad die de puntjes verbindt. Zonder plezier is de missie voor hem kansloos. ,,Plezier is heel belangrijk. Bij dat trainingsplan schreef ik ook prioriteit te geven aan leuke trainingen boven tijdefficiënte trainingen.’’ Hij weegt even zijn woorden. ,,Weet je, de mens zou niet overleven als het niet leuk was om te vrijen. Als dat pijn zou doen, deden we het niet en bestonden we vandaag niet meer. Maar het is leuk, dus doen we het. Dat is de kern. Als je iets leuk vindt, ga je het onvermijdelijk doen. Als je een succesvolle schaatser wilt worden, moet je dat vaak doen. Kun je een manier vinden waardoor je iedere dag wakker wordt en uitkijkt naar weer 25 ronden, dan ben je er.’’

Bang

Zijn sportervaringen uit zijn jeugd helpen hem daar ook bij, vertelt Van der Poel. ,,Als jochie deed ik eens mee aan een hardloopwedstrijd over zeshonderd meter. Ik werd voorlaatste. Toen ik over de finish kwam, zag ik al die kinderen huilen omdat het zo’n pijn deed. Ik dacht ‘what the fuck is er aan de hand?’. Dit zouden we niet moeten doen. Daar werd ik bang van. Toen ik begon met schaatsen vond ik de korte afstanden echt leuk, maar ik was er niet goed in. Ik moest me aanpassen aan de uitdaging. Nu is het die uitdaging die me inspireert en maakt dat ik dit wil doen. Ik denk dat ik daardoor twintig maanden kon trainen zonder wedstrijden. Want het waren niet de wedstrijden die me dreven, het was de uitdaging om te gaan met waar ik als kind niet mee kon omgaan.’’

Waar Van der Poel tot het WK behoorlijk in de luwte kon werken en presteren, is dat over na het toernooi in Thialf. Misschien staat hij er zelf niet anders in, maar de wereld om hem heen verandert, en hij weet het. ,,Ik dacht daaraan tijdens de warming-up voor de tien kilometer. Dat was de eerste race waarin mensen verwachtten dat ik ging winnen, en op een bepaalde manier was dat een heel onprettige gedachte. Op dat moment was het belangrijk mijn hoofd op orde te hebben, te weten waarom ik dit wil doen, wat het werkelijke doel is. Gaat het om het wereldrecord, de titel, ervaringen met vrienden of mezelf verbeteren? Wat is mijn doel? Als dat heel duidelijk is en je jezelf daaraan herinnert, dan is het makkelijker iets te bereiken. Je bereikt nooit een doel als dat niet precies is. Zoiets gebeurt niet toevallig.’’

Druk

Hij realiseert zich dat hij nu te maken krijgt met de zaken waarom hij Patrick Roest nooit om benijdde: druk, verwachtingen. ,,Absoluut. Met nieuwjaar schreef ik in een boek wat ik dit jaar wilde doen. Mijn top tien van wat belangrijk was. Daar stonden random dingen bij als meer tijd doorbrengen met vrienden en dat soort shit. Maar er stond ook dat ik de beste schaatser wilde worden die ik kan zijn terwijl ik er nog steeds van geniet. Dat las ik gisteravond terug. Die reminders heb je nodig, zeker als je succes hebt en de media erbij komt. Dan gaat het allemaal om de prestatie, om deze dag. Ik heb 364 andere dagen per. jaar die ik net zo leuk vind als deze, maar die interesseren ze niet, en dat neem ik ze niet kwalijk. Maar voor mij is het belangrijk die focus te houden. Hoe meer roem, hoe meer je moet doen en hoe moeilijker het wordt. Dat is een uitdaging.’’

Nu ligt er een nieuw plan, voor de Spelen van volgend jaar. Dezelfde weg bewandelen als voor dit WK is onmogelijk. Daarvoor ontbreekt de tijd. ,,We hebben dat plan de week voor het WK geschreven. Het is een soortgelijk concept met wat veranderingen. Wat ik ga doen? Veel tijd doorbrengen met vrienden, mezelf uitdagen, meer ultralopen, veel skydiven, en uiteindelijk proberen die laatste rondjes nog wat sneller te rijden. Als junior was ik veel te serieus met trainen. Voor de Spelen van 2018 sloeg de weegschaal door naar de andere kant, was ik te veel bezig met niet goed trainen. Nu zit daar een goede balans in en ik denk dat dat het geheim is. De échte uitdaging is die balans ook het komende jaar te bewaren. In ieder geval ligt er een uitdagender en tegelijkertijd plezieriger schema dan ik ooit heb gezien. En ik kijk ernaar uit.’’

Die weg naar de Spelen begint alweer op de onconventionele manier van Nils van der Poel. Want naar huis? Dat gaat hij eigenlijk niet echt. ,,Ik weet niet eens waar ik woon. Mijn kleren liggen bij mijn ouders in Trollhättan, maar als ik terugga naar Zweden slaap ik een paar maanden bij een vriend op de bank bij het skiresort in Åre, of in het bunkhouse van het skydiving center in Västerås. Eigenlijk heb ik niet echt een plek voor mezelf. Ik ben veel in de natuur als ik train, maar geniet ook van het sociale leven en doe dat zoveel mogelijk. Daarom leef ik ook in meerdere groepen. Genieten en plezier hebben met geweldige mensen vind ik fantastisch.’’

Meer berichten