Logo skatenl.nl
2019-05-14 17:44:21 ARNHEM - Portret van Marianne Timmer, chef de mission van de Nederlandse ploeg bij de Olympische Spelen van Tokio 2020. ANP BART MAAT
2019-05-14 17:44:21 ARNHEM - Portret van Marianne Timmer, chef de mission van de Nederlandse ploeg bij de Olympische Spelen van Tokio 2020. ANP BART MAAT (Foto: BART MAAT)

Oud-schaatser Carl Verheijen trotse Chef de Mission in Beijing

Carl Verheijen treedt opnieuw in de voetsporen van vader Eddy. Die fungeerde als Chef de Mission tijdens de Spelen van 2006 in Turijn. Carl Verheijen vervult die rol nu in Beijing. Daar houden de overeenkomsten ook op, want in het China van 2022 is álles anders. Gezondheid en veiligheid van de sporters is daar het grootste goed voor Verheijen.

Natuurlijk kennen we Carl Verheijen vooral als de schaatser die uitstekend over het ijs kon op de langere afstanden. Verheijen (46) won twee wereldtitels op de tien kilometer en veroverde op die afstand brons tijdens de Spelen van, jawel, 2006 toen zijn vader dus Chef de Mission was. Hij pakte in Turijn ook nog olympisch brons op de achtervolging en schreef op dat nummer ook nog drie wereldtitels bij. Mooie carrière dus, net als vader Eddy. De inmiddels 75-jarige senior kan overigens wel een wat meer bescheiden erelijst overleggen, met twee bronzen plakken tijdens het NK Allround, begin jaren zeventig. Hij nam ook deel aan de Spelen van 1972 in Sapporo, waar Ard Schenk furore maakte, maar voor Verheijen geen rol van betekenis was weggelegd op de 500 en 1500 meter.

Die schaatsloopbaan is een ervaring die vader en zoon delen. Daar komt nu ook de rol als Chef de Mission bij. Bijzonder, vindt Carl Verheijen. ,,Het is sowieso echt een eer gevraagd te worden, maar dat je dan zestien jaar later in de voetsporen van je vader mag treden, is hartstikke fijn. Eerst gebeurde dat als schaatser en nu in deze rol. Ja, daar hebben we het weleens over. Zeker in het begin, omdat het allemaal nog nieuw was. Maar ik heb ondertussen een eigen team kunnen formeren, in een andere tijd met andere dingen die we moeten regelen. Maar we sparren nog steeds veel met elkaar, alleen niet per se over die rol als Chef de Mission.’’

Quarantaine

Verheijen bereidde zichzelf lang voor op zijn rol, maar kende een ongelukkige aanloop in de laatste fase. Hij werd positief getest op corona en ging daarom op Papendal in quarantaine, terwijl de olympiërs in gezelschap van Maurits Hendriks afreisden naar Beijing. Pech, stelt Verheijen. ,,Maar door de lockdown deed ik al bijna al het werk thuis. In dat opzicht maakte het dus weinig verschil.’’

Los van die tegenslag kan Verheijen niet wachten om aan de slag te gaan. ,,Dit is iets waar ik nu ruim twee jaar naartoe leef, en zeker vanaf het moment dat de groep definitief was, wil je niets liever dan naar Beijing gaan.’’

De vraag die hij vooral van de atleten hoorde, was wat er op ze afkomt in China. En dat is, zegt hij onomwonden, veel. ,,Een Aziatisch land, tijdverschil, en natuurlijk Covid. Dat houdt ons bezig. Aan de andere kant; omdat Covid er inmiddels al bijna twee jaar is en we in die tijd de Spelen in Tokio hebben meegemaakt, weten we beter wat er op ons afkomt.’’

Het zijn, dat is wel heel duidelijk nu de Spelen in Beijing inmiddels zijn losgebarsten, andere Spelen dan het ooit zijn geweest. ,,Dat heeft vooral met de bubbel te maken. Die bepaalt dat we geen bewegingsvrijheid hebben, behalve in het dorp of naar de venue toe. Een stukje rijden door Beijing, ergens een terrasje pakken of even buiten de zone gaan kan nu niet.’’ 

Ervaringen

Verheijen stelde zich op de hoogte van de situatie in Beijing door onder andere ervaringen van atleten die daar recent nog waren. ,,De shorttrackers waren in China, een klein team van de langebaanschaatsers, de skeletonners. Daar hebben we allemaal van geleerd. In die tijd had ik bijvoorbeeld dagelijks contact met Wilf O’Reilly, manager van de shorttrackers. Dan vroeg ik hoe het was, hoe de controles verliepen, hoe de kamers waren. Hij maakte dan ook filmpjes. Maar die situatie is nu alweer anders dan in oktober, want ook dat ontwikkelt zich.’’

Anders dan bij andere Spelen draait het voor de Chef de Mission nu niet met name om prestaties en medailles. De veiligheid van de atleten, van het hele TeamNL, is een groot goed voor Verheijen. ,,Ik hoop dat we er zonder kleerscheuren doorheen komen, dat Nederland kan genieten van prachtige Spelen en dat we allemaal weer veilig terugkomen op Schiphol. Dat is mijn taak en ik doe er alles aan daarin te slagen.’’

Als hij kijkt naar zijn eigen laatste olympische optreden zestien jaar geleden, dan ziet Verheijen dat er veel is veranderd. Natuurlijk als het gaat om schaatsen, maar ook in de hele samenstelling van TeamNL. ,,Destijds was het alleen schaatsen, shorttrack, snowboarden en bobsleeën. Daar zijn kunstrijden, skiën en skeleton bij gekomen. Met zeven disciplines en 41 atleten is dit een bredere ploeg dan ooit.’’ Die constatering maakt hem trots. ,,Dat we als klein landje zonder sneeuw en natuurijs 41 top 8-atleten kunnen afvaardigen, is een enorm compliment naar de Nederlandse sport en hoe breed die wordt. Dat is echt een gevolg van beleid waarin ook breder wordt gekeken, van goede faciliteiten en een goede organisatie.’’

Hoogste niveau

Maar uiteraard is Verheijen door zijn verleden altijd verbonden met de schaatssport. Als hij naar de olympische schaatsploeg kijkt, kan hij niet anders dan vaststellen dat die sterk is. ,,Als ik kijk naar het olympisch kwalificatietoernooi, dan is er echt op het hoogste niveau gestreden om de tickets. Als we dat niveau weer kunnen halen in Beijing, is dat hartstikke mooi.’’ Hij aarzelde, zegt Verheijen, wel even met zijn antwoord. ,,Want we hebben nu maar achttien schaatsers mee, twee minder dan voorheen. En statistisch gezien gaan die nooit alle achttien een medaille pakken. Dat zijn er tien, twaalf of veertien, zoals de laatste twee keer. Ik denk wel dat we brede kansen hebben. Alleen zoals het ging in Sochi, met die clean sweeps, met een 1-2-3 op de 500 meter, dat kan niet meer. Daarvoor is de concurrentie gewoon veel te hard gaan rijden.’’

Juist dat is wel goed voor de ontwikkeling van de schaatssport, die na overmacht van de Nederlanders in 2014 en de bijbehorende medailleregen nog als internationaal dood werd afgeschilderd. ,,Ik denk dat het nóg meer glans geeft als je medailles haalt zoals in Pyeongchang, en hopelijk nu in Beijing.’’

Een voorzichtige lach als de vraag komt of hij weleens te kijken staat van het huidige niveau. ,,Dan’’, zegt hij, ,,moet ik netjes ‘ja’ zeggen. En dat doe ik ook. Ik denk dat het met name breder is geworden, dat er meer landen zijn die de strijd kunnen aangaan. Maar dat was in mijn tijd ook niet slecht, met twee, drie Noren, met mannen als Chad Hedrick en Shani Davis en af en toe ook nog iemand als Skobrev die erlangs reed. Internationaal was het front waar je tegen moest vechten toen ook wel breed. In de tijd van Sven Kramer hebben we vervolgens heel veel kunnen winnen met elkaar, maar als je kijkt naar mijn tijd van 6.08 op de 5000 meter in Salt Lake City, daarmee zou ik nu nog steeds top vijf rijden op dit niveau.’’

Genoten

Die groeiende breedte ziet Verheijen echter ook op het nationale toneel. Het OKT was daar voor hem een mooi voorbeeld van. ,,Ik was één van de weinigen die erbij mocht, en samen met Maurits Hendriks heb ik op de tribune genoten van prachtige sport. Dan zie je dat in de breedte nu ook jonkies eraan komen. Er is echt een nieuwe generatie die straks klaar staat mocht deze generatie stoppen. Dat zie je op de sprint met jonge rijders, maar voor de lange afstanden moet je ook Merel Conijn niet uitvlakken, en Beau Snellink. Dat zijn prachtige, nieuwe talenten die eraan komen.’’

Verheijen volgt het topschaatsen tegenwoordig wat van een afstandje. ,,Ik volg de uitslagen, maar ben echt niet elk weekend in Heerenveen.’’ Hij is nog wel zelf actief, maar ook niet eens zozeer als schaatser. ,,Ik geef drie keer per week training. Dat doe ik voor de club. Ik ben dus misschien iets meer op het clubniveau van het Utrechtse gedoken dan op het landelijk niveau.’’ Met voormalig topschaatsster Andre Nuyt als partner zou je denken dat in het gezin Verheijen nog veel om schaatsen draait, maar dat valt mee. ,,We hebben drie meiden en de oudste speelt hockey. Daar helpen we ook mee met fluiten, coachen en rijden. Het is gewoon fijn dat ze lekker met sport bezig zijn. Zelf schaats ik in de trainingen af en toe even mee, of in een steigerung. Maar tegenwoordig fiets ik vooral veel op de mountainbike of doe ik aan hardlopen. En één keer per week ga ik lekker tennissen met vrienden.’’

Volgen

In Beijing heeft Verheijen uiteraard aandacht voor alle sporters in alle disciplines. Vindt hij ook leuk, want de skeleton boeit hem net zozeer als een 1500 meter op de ijsbaan.  Maar in de prachtige olympische ijshal van Beijing zal hij bepaalde afstanden toch met bovengemiddelde belangstelling volgen. ,,Ik denk dat de 1000 meter bij de mannen prachtig wordt, maar ook de mass-start bij de vrouwen. Marijke Groenewoud en Irene Schouten doen het gewoon zó goed. Dat vind ik twee heel mooie onderdelen om te zien. Wat Merijn Scheperkamp doet vind ik knap. Da’s echt een heel mooie schaatser. Nog jong, maar met een geweldige techniek. Als hij kan doorgroeien kan hij de komende jaren echt van veel waarde worden.’’

En dan is er, bekent Verheijen, nog een vleugje nostalgie dat hem bezighoudt. ,,Ja, het is mooi te zien hoe Sven Kramer en Ireen Wüst bezig zijn met zeg maar hun laatste kunstje op meerdere afstanden.’’ Kramer heeft inmiddels zijn laatste individuele afstand afgewerkt, zonder het succes dat verreweg het grootste deel van zijn loopbaan kenmerkte. Maar zowel met de nu al legendarische Fries als olympische legende Wüst reed Verheijen samen. ,,We hebben vijf jaar lang deel uitgemaakt van de ploeg van TVM. Dan vind ik het heel bijzonder dat ik nu als Chef de Mission hun laatste races mag meemaken.’’

Meer berichten